Bytesnet

data control

Bytesnet/TCN datacenters energie-efficiënt volgens EU-code

De datacenters van Bytesnet/TCN voldoen sinds 2 juli 2011 aan de Europese gedragscode voor datacenters. Deze code werd uitgebracht door de EU en is erop gericht het energieverbruik van datacenters op zijn minst met 20 procent terug te brengen.

 

TCN voert sinds mei forse veranderingen door in zijn Groningse datacenter en verwacht de kosten van het energieverbruik daarmee bijna 30 procent te verlagen. TCN doet dit in nauwe samenwerking met Bytesnet, leverancier van datacenterdiensten, en de klanten van het datacenter. Alleen zo kan de energie-efficiëntie geoptimaliseerd worden, redeneert TCN.

 


Telehouse Groningen, het datacenter van TCN,
heeft een oppervlakte van 5000 m2. Het werd in 2001 opgeleverd en was toen al behoorlijk efficiënt qua energieverbruik. Toen echter in 2007 Telehouse Eemshaven, het twee keer zo grote datacenter van TCN in Eemshaven, werd geopend, nam het bedrijf de gelegenheid te baat om het Groningse datacenter energie-efficiënter te maken. 80 procent van de apparatuur van klanten werd verplaatst naar het datacenter in Eemshaven, waarmee de weg vrijkwam voor een grondige verbouwing.Verlaging van de kosten van energie en minder belasting van het milieu waren de belangrijkste redenen voor TCN voor deze maatregelen. Voor een aantal klanten telt het milieuaspect zeer zwaar. Daarbij gaat het vaak om organisaties die zich gecommitteerd hebben aan de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie (MJA) van EZ. Die levert een belastingvoordeel op, maar in ruil daarvoor moeten die organisaties wel inspanningen leveren om hun energie-efficiëntie te verbeteren met 30 procent over een periode van vijftien jaar.

Ook de klanten van TCN en Bytesnet
en hun afnemers die weer op hun beurt housing en hosting aanbieden, hechten aan die kostenverlagingen. Want de rekeningen die zij krijgen bestaan tussen de 30 en 50 procent uit kosten voor energieverbruik. Ties Voskamp, businessconsultant van VCD, softwareleverancier en system integrator uit Groningen en klant van Bytesnet: “Wij hebben veel zorginstellingen als klant die een MJE hebben afgesloten en daarom van ons eisen dat wij energie-efficiënt werken. Alleen al daarom doen wij hieraan mee, nog afgezien van de lagere kosten. Want anders zouden we gewoon klanten mislopen.” Voor TCN geldt hetzelfde, maar daar komt nog iets bij. Peter de Jong, COO van Bytesnet: “Voor datacenters geldt dat de stroomcapaciteit de beperkende factor is voor je groei. Er is een maximum aan de hoeveelheid stroom die je kunt inkopen. Binnenkomende watts kun je maar één keer uitgeven.” TCN koos ervoor om ook zijn klanten te betrekken bij het efficiënter energieverbruik. Dat betekent dat de klanten van TCN moeten zorgen voor efficiënte servers en opslagsystemen en voor een efficiëntere benutting van al die apparatuur met onder meer virtualisatie. De Jong: “Wij kunnen onze ruimtes wel efficiënter inrichten, maar als klanten dat vervolgens niet benutten, bereik je nog niet veel.”

De belangrijkste verandering
betreft de koeling, wat niet verwonderlijk is want daarin zitten de hoogste kosten. Gekozen werd onder meer voor een brede inzet van vrije koeling. Voorheen werkte TCN met compressorgebaseerde koeling. Dat verbruikt echter heel veel energie. Daarnaast werd besloten dat de temperatuur in de serversuites een paar graden hoger kon. De luchttemperatuur moet onder de 28 graden blijven. Momenteel wordt deze waarde op 22 gehouden. De koellucht wordt met behulp van koud water gemaakt, nu met 7-14 graden, na verhoging van de luchttemperatuur kan dit met water van 11-18 graden gedaan worden. Koellucht kan dus vrijwel gratis gemaakt worden zolang de buitentemperatuur onder de 11 graden blijft. In Nederland is dat ruim 50 procent van de tijd het geval. Dirk Harryvan, CIO van Mansystems: “Dat vereist wel dat de luchtstroom geheel onder controle moet zijn. Daarom is gekozen voor afgesloten gangen tussen racks. Daarin zijn plafonds en deuren geplaatst. Daarmee krijg je cold containment: er is geen vermenging meer van menglucht, die warmte bevat, en koude lucht. Tot nu toe vermengde dat nog in de bovenruimte, vandaar die plafonds.” TCN, Bytesnet en VCD besloten dit voorjaar mee te doen aan de FastTrack van Mansystems. De FastTrack van Mansystems laat zien wat de status is van een bedrijf ten aanzien van de gedragscode voor datacenters van de Europese Unie. Zo nodig krijgt het bedrijf aanwijzingen welke maatregelen nodig zijn om de goedkeuring van de Europese Unie te krijgen. Daarnaast komt uit de FastTrack een rapport voort met zogeheten quick wins: een inschatting van de mogelijke besparingen en structurele verbeteringen. De Jong: “De FastTrack hebben we gedaan omdat het een goede spiegel biedt. In feite is het een second opinion over de maatregelen die we hebben getroffen of wilden treffen. Dat je aan de ‘code of conduct’ van de Europese Unie voldoet, geeft ook wel wat cachet; je kunt er je klanten mee laten weten dat je energie-efficiënt werkt. En het is voor onszelf een goede stok achter de deur.”

“Uit de FastTrack bleek dat de dosering
van de koude lucht anders kon. Doordat er nu geen menging meer is van afvallucht en koude lucht kun je een perfecte luchtbalans opbouwen. Daarmee kun je sturen op de druk zodat je precies evenveel koude lucht levert als nodig is. Maar niet alle apparatuur kan gestuurd worden.” Een belangrijke aanbeveling was om de klanten een mini-fasttrack te laten doorlopen. Dat deel van de keten moet nog verder uitgewerkt worden. Harryvan benadrukt dat het van groot belang is dat alle schakels in de keten van een datacenter meedoen. “De FastTrack beslaat precies dat domein: een perfecte aansluiting van alle initiatieven is van groot belang. Fouten die nogal eens gemaakt worden, zijn bijvoorbeeld dat de facilitaire diensten pas op het laatste moment verteld wordt dat er nieuwe apparatuur aankomt die heel veel energie verbruikt. Dat wordt dan ineens binnengerold en zo bouw je een puinhoop op.” TCN en Bytesnet zijn alvast tevreden over het resultaat. De besparing die dat oplevert als het datacenter voor 80 procent is gevuld, schat De Jong op 20 tot 30 procent. “Terwijl dit toch al een behoorlijk energie-efficiënt datacenter was. We hebben heel veel maatregelen getroffen, boven op elkaar en door de hele keten heen. Hadden we dat niet gedaan, dan hadden we hoogstens 8 tot 10 procent bespaard op het energieverbruik.” De besparingen wegen goed op tegen de miljoenen euro’s die TCN heeft geïnvesteerd in de verbouwingen. Niet alleen bespaart het datacenter energie, ook kan het nu meer klanten huisvesten binnen dezelfde ruimte.

Automatiseringsgids door Tanja de Vrede

Reacties zijn gesloten.